Kalendaria

Gepubliceerd op 29 november 2021 om 12:05

De profetie van de zeventig jaarweken (Daniël 9) is één van de meest belangwekkende profetieën in de Bijbel. Daarin wordt duidelijk gemaakt dat de Messias zou komen in het jaar waarin 69 zeventallen (meestal vertaald als weken) verstreken zouden zijn sinds een bepaald decreet. Het gaat hier om 69 x 7 = 483 jaar. Het decreet dat bedoeld wordt vinden we terug in Ezra 7, toen Artaxerxes I toestemming gaf aan de Joden om uit Babel terug te keren naar Juda en Jeruzalem.

Herbouw Jeruzalem

Bovendien hield het decreet in dat Ezra moest zorgen voor een politiek bestuur en een rechterlijke macht, om erop toe te zien dat zowel de Thora (Gods wet) als de wetten van het rijk zouden worden nageleefd. Dit hield automatisch in dat de poortgebouwen, waarin de rechters en bestuurders zitting hielden, en daarmee ook de muur van de stad, zouden moeten worden hersteld. Daarom hield dit decreet impliciet de herbouw van de stad in [noot 1]. 

Het jaar van de komst van de Messias voorspeld

Een belangrijke vraag is wanneer het decreet precies is uitgevaardigd. In Ezra 7 wordt gezegd dat de terugkeer plaatsvond in het zevende regeringsjaar van Artaxerxes. Deze Perzische heerser besteeg de troon in december 465 vC. Aangezien de Joden de gewoonte hadden om het eerste volledige joodse kalenderjaar te beschouwen als het eerste regeringsjaar, is het zevende jaar gelijk aan het joodse jaar 3304. Dit liep van 1 Tisri (sept/okt) 458 vC tot 1 Tisri 457 vC [noot 2]. Dit was een sabbatjaar. Dat op zich is al een bevestiging dat de datering klopt. Want door te remigreren in een sabbatjaar, kon men bij aankomst in het nieuwe vaderland een maximaal aantal jaren achtereen zaaien en oogsten (zes jaar). Dit was wel zo belangrijk als je een nieuw bestaan op wilde bouwen als boer of als fruitteler.

Het betekent ook dat de zeventig zeventallen (meestal jaarweken genoemd) begonnen zijn op 1 Tisri 457 vC. Als we vanaf dat moment 483 jaar naar de toekomst gaan, komen we uit op 1 Tisri van het jaar 27 na Chr. Dit was het 15e jaar van Tiberius (Lukas 1:1), toen Johannes de Doper begon met zijn bediening [noot 3]. Kort daarna werd Jezus gedoopt en gezalfd met de heilige Geest. Met andere woorden, de profetie voorspelt nauwkeurig het jaar waarin de Messias zou komen!

Welke kalender?

Sommige geleerden stellen echter dat Ezra in 458 vC is geremigreerd. Zij gaan ervan uit dat het zevende regeringsjaar begon op 1 Nisan (april) 458 vC. Hier kan tegenin worden gebracht dat uit Nehemia 1 en 2 blijkt dat we moeten rekenen met Tisri-jaren. In Nehemia 1:1 krijgt Nehemia bericht uit Jeruzalem in de maand Kislev van het 20e jaar van Artaxerxes. In het volgende hoofdstuk spreekt hij met de koning over de toestand van de stad. Dat was in de maand Nisan van datzelfde jaar (2:1). Dus het genoemde 20e jaar was een joods kalenderjaar dat begon in het najaar (Tisri) en niet in het voorjaar (Nisan). Ezra moet dezelfde kalender hebben gebruikt, want Ezra en Nehemia vormden oorspronkelijk één boek [noot 4].

De 115 rechtszittingen van Ezra 10

Maar er is nog een tweede argument aan te voeren. Dit is af te leiden uit Ezra 9 en 10. Nadat Ezra is teruggekeerd komt hij erachter dat verscheidene Joden een heidense vrouw hadden getrouwd. Volgens de Thora was dit verboden. Ezra belijdt dit als een grote schuld voor God en zorgt ervoor dat deze huwelijken worden ontbonden. Dat kon niet zomaar, het moest zorgvuldig, volgens rechterlijke procedures, plaatsvinden. In een lange reeks rechtszittingen vanaf 1 Tebeth (tiende maand) tot 1 Nisan (eerste maand) wordt de zaak afgehandeld (Ezra 10:16,17). Was dat nu in het joodse jaar dat begon op 1 Tisri 458 vC of het jaar dat begon op 1 Tisri 457 vC? Daarvan is wel iets te zeggen als we nagaan hoeveel dagen die beide perioden hebben geduurd. De begindata van de joodse maanden kunnen we bepalen uit de maanfasen. Het is namelijk mogelijk om precies te berekenen op welke tijdstippen het nieuwe maan is geweest, tot enkele duizenden jaren terug. Deze data zijn (onder andere) door NASA-experts op internet gezet. Bovendien is er sinds de jaren 50 van de vorige eeuw een nauwkeurig overzicht beschikbaar van de Babylonische kalenderdata vanaf de zevende eeuw vC (het befaamde werk van Parker en Dubberstein). Deze data zijn eveneens te gebruiken voor de joodse kalender. We kunnen hieruit afleiden dat de eerste periode van 1 Tebet 3304 tot 1 Nisan 3304 in totaal 88 of 89 dagen heeft geduurd, afhankelijk van de zichtbaarheid van de eerste maanschijf (Juliaanse kalender: 30-12-458 tot 27-3-457). De tweede periode van 1 Tebet 3305 tot 1 Nisan 3305 duurde 117 of 118 dagen (Juliaanse kalender: 18-12-457 tot 15-4-456). Het verschil tussen de twee periodes zit hem in het feit dat het jaar 3305 een schrikkelmaand bevatte.

Ezra 10 maakt duidelijk dat er 115 Joodse mannen met een heidense vrouw waren getrouwd. Als we ervan uitgaan dat een zitting voor één persoon een dag in beslag nam, dan waren er dus 115 dagen nodig om de hele procedure af te ronden. Houden we rekening met twee uitvaldagen vanwege het Purimfeest, dan zien we dat de duur van de tweede periode precies overeenkomt met het totale aantal gevallen.

Nog een aanwijzing

Toen de ballingen onder leiding van Ezra terugkeerden, verzamelde men zich op 1 Nisan 457 bij de rivier de Ahava in Babylon. Nadat alle remigranten in de daarop volgende dagen op dat startpunt waren gearriveerd, begon men met de reis op 12 Nisan. Zie Ezra 7:9 en 8:31. In 458 vielen 1 en 12 Nisan op respectievelijk zaterdag en woensdag.  In het jaar 457 op respectievelijk woensdag en zondag. Aangezien men vermoedelijk niet op sabbat heeft willen reizen, zijn de data in het jaar 457 veel waarschijnlijker dan die in het jaar 458 vC.

 

Conclusie: Dit zijn extra aanwijzingen dat 457 vC inderdaad het startjaar van de zeventig jaarweken is.

 

Noot 1: Dertien jaar later was men nog steeds niet begonnen aan het herstel van de muren. Nehemia krijgt vervolgens mondelinge toestemming om dit aan te pakken. Van een decreet is dan geen sprake, omdat zo'n decreet al eerder, in 457 vC, was uitgevaardigd. 

Noot 2: Het joodse kalenderjaar begint met de maand Tisri. Deze maand wordt  in de Bijbel ook wel de zevende maand genoemd. De maand Nisan, een half jaar later, wordt de eerste maand genoemd. Deze nummervolgorde (7,8,9,10,11,12,1,2,3,4,5,6) heeft te maken met het godsdienstige kalenderjaar dat op 1 Nisan (= Abib) begon. Zie Exodus 12:2; 13:4. Meer informatie over de joodse kalender is te vinden in dit artikel.

Noot 3: Tiberius volgde Augustus op op 19 augustus van het jaar 14 AD. Lukas gebruikte waarschijnlijk de Syro-Macedonische kalender zoals die gebruikelijk was in het oostelijk deel van het rijk. Dit kalenderjaar begon op 1 oktober. Het eerste jaar van Tiberius was dus het jaar 1 okt 13 tot 1 okt 14. Het 15e jaar begon derhalve op 1 okt 27. Dit viel bijna gelijk met het joodse jaar, dat Lukas mogelijk ook heeft gebruikt.

Noot 4: De wetenschappers Horn en Wood analyseerden tientallen papyrusdocumenten uit de vijfde eeuw voor Christus. Het gaat om contracten die werden opgesteld in de joodse gemeenschap van het Egyptische Nijl-eiland Elefantine. Deze contracten hebben als bijzonderheid dat ze steeds dubbel zijn gedateerd. Hieruit kan worden afgeleid dat de Joden in Egypte niet de Babylonische kalender gebruikten, maar de joodse kalender die begint met de maand Tisri. Zij dateerden de regeringsjaren van de Perzische koningen op dezelfde manier als Nehemia. Dit artikel is te vinden op www.jstor.org/stable/543003. 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.