Wanneer werd Jezus geboren?

Een historische reconstructie op basis van chronologische en astronomische gegevens

Theo Algra

De 25e december, de datum van Kerstmis, wordt sinds mensenheugenis beschouwd als de geboortedag van Jezus Christus. De laatste jaren bestaat er een sterke tendens om deze datum in twijfel te trekken. Het heidense midwinterfeest, dat op dezelfde datum werd gevierd, zou eenvoudigweg door de vroege kerk zijn gekerstend, zo is de opvatting. Bovendien, ’s winters waren er geen schapen in het veld. Het verhaal van Lukas over de herders die de pasgeboren Messias opzoeken, kon dus onmogelijk in december hebben plaatsgevonden. Daarom wordt door sommigen gesuggereerd dat we eerder moeten denken aan de periode van het Loofhuttenfeest, in september/oktober. Anderen pleiten voor de maand Nisan (maart/april) waarin het joodse Pesachfeest wordt gevierd. De vraag is echter of deze moderne zienswijze wel klopt. In dit artikel willen we aantonen dat 25 december nog steeds de meest plausibele datum is.

Waar komt het idee vandaan dat de schaapskudden ’s winters onderdak moesten worden gebracht? Onder andere Sir William Ramsay en na hem vele anderen geven als argument dat er ’s winters voor de schapen niet genoeg te grazen viel. Beckwith noemt daartegenover twee rabbijnse uitspraken, waarin gemeld wordt dat de schapen het hele jaar door buiten waren. En dit laatste is ook het meest logische. Immers, zelfs in Nederland is dit het geval. Er is geen goede reden te bedenken waarom de kudden in het mildere klimaat van Palestina ’s winters niet dag en nacht buiten in het veld zouden kunnen verblijven. Met Beckwith zijn wij van mening dat de redenatie van Ramsay en anderen zeker geen doorslaggevend argument kan zijn om te concluderen dat Jezus’ geboorte niet in december kan hebben plaatsgevonden. Zie ook Hoehner die tot dezelfde conclusie komt.

Het zonnewendefeest was niet de oorsprong van de datum

Voor zover we weten hebben de eerste christengemeenten nooit Kerstmis gevierd. Pas vanaf de vierde eeuw werd de geboorte van de Heer jaarlijks herdacht. In het westerse christendom gebeurde dat op 25 december en in de kerk van het oosten op 6 januari. Nu is het zo dat 25 december in de oudheid bekend was als de dag van de zonnewende. Hoewel de verering van de zon oorspronkelijk geen deel uitmaakte van de officiële Romeinse religie, veranderde dat in het jaar 274. Toen bepaalde keizer Aurelius dat het feest van Sol Invictus voortaan op 25 december moest worden gevierd. Betekent dit nu dat de kerk deze dag nadien heeft uitgekozen voor het vieren van Kerst om zodoende een alternatief te bieden voor Sol Invictus? Heeft de datum van Kerstmis om deze reden niets te maken met de werkelijke geboortedag van Jezus? Dat is een conclusie die ons inziens veel te snel wordt getrokken.

In de eerste plaats is er geen enkel heidens feest bekend dat in de oosterse kerk werd vervangen door de kerstviering op 6 januari. Dit feit alleen al wijst op een oudere traditie die ervan uitgaat dat Jezus werd geboren rond het begin van de winter. Ten tweede wordt 25 december al door Hippolytus van Rome (170-235) genoemd als geboortedag van Christus. Dit is dus ruim voor de instelling van Sol Invictus. Wat de oosterse kerk betreft, Clemens van Alexandrië noemt 6 januari in zijn Stromata, dat al dateert van voor het jaar 200.

Met andere woorden, ruim voordat begonnen werd met het vieren van Kerstmis, bestond de opvatting al dat Christus’ geboorte heeft plaatsgevonden rond het begin van de winter. Dat 25 december de datum van de zonnewende was waarop Sol Invictus werd gevierd, heeft geen invloed gehad op deze traditie. Dat neemt overigens niet weg dat het de kerk heel goed uitkwam om Kerstmis te vieren op de dag van Sol Invictus en dat dit waarschijnlijk ook zo is gearrangeerd.

Aanwijzingen

Is het mogelijk om uit de bijbelse en eventueel buitenbijbelse gegevens af te leiden wat het jaar en de datum van Christus’ geboorte is geweest? Hoewel het Nieuwe Testament geen exacte datum noemt, zijn er opvallend veel aanwijzingen die in verband kunnen worden gebracht met de datering van de geboorte:

  1. De ster die de wijzen uit het oosten hebben gezien en waaruit zij concludeerden dat er een belangrijke koning moest zijn geboren in Israël
  2. Het feit dat het bezoek van de wijzen heeft plaatsgevonden voordat Herodes stierf
  3. Zacharias, waarvan we weten wanneer hij dienst deed de tempel, omdat Lukas vermeldt dat hij tot de priestergroep Abia behoorde
  4. Maria, die alleen op reis ging naar het Judese bergland en na drie maanden terugkeerde naar haar woonplaats Nazareth
  5. De inschrijving die keizer Augustus verplicht stelde, waardoor Jozef en Maria naar Bethlehem moesten
  6. Jezus’ bediening, die begon toen hij (ongeveer) dertig jaar was, in samenhang met het begin van het optreden van Johannes de Doper en de eerste tempelreiniging

Het sterfjaar van Herodes

Meteen na het bezoek van de wijzen vluchtte Jozef met zijn gezin naar Egypte. Dit was op aanwijzing van een engel, die hem duidelijk maakte dat Herodes het kind wilde ombrengen. Met andere woorden, de sterfdatum van Herodes geeft ons een eerste aanwijzing met betrekking tot het geboortejaar van Christus. Volgens het verslag van de Joodse historicus Flavius Josephus stierf Herodes na de maansverduistering van 13 maart 4 v.Chr. en vóór Pesach 3 v.Chr., dus in de loop van 4 v.Chr. of in het begin van 3 v.Chr.

Omdat Lukas vermeldt dat Christus ongeveer dertig jaar was toen hij met zijn bediening begon (Lukas 3:23) en Johannes de Doper optrad in het vijftiende jaar van keizer Tiberius (Lukas 3:1), kan de geboorte niet vroeger zijn geweest dan in het jaar 7 v.Chr. Tiberius’ vijftiende jaar wordt gesteld op 27 n.Chr. of 29 n.Chr., al naar gelang men de twee jaar meetelt van Tiberius’ co-regentschap samen met Augustus. We weten niet precies hoe ruim we Lukas’ uitdrukking ‘ongeveer dertig’ moeten opvatten. Bedoelde hij 29 tot 31 jaar? Of zelfs 26 tot 34 jaar? Als we uitgaan van het laatste dan is 8 v.Chr. het vroegst mogelijke geboortejaar. Met andere woorden, op grond van deze gegevens moet Jezus’ geboorte hebben plaatsgevonden in de periode van 7 tot 4 v.Chr.

De dienstweken van Zacharias

Lukas geeft aan dat Zacharias behoorde tot de priestergroep van Abia (Lukas 1:5). De priesters waren onderverdeeld in 24 groepen die om de beurt een week dienst moesten doen in de tempel. Een dienst begon en eindigde altijd op de sabbat, om 12 uur ’s middags. De instelling van de groepen vinden we terug in 1 Kronieken 24:7-18. Deze groepen werden genoemd naar de oorspronkelijke groepshoofden. De eerste was de groep van Jojarib. De achtste was de groep van Abia, waartoe Zacharias behoorde.

We weten dat de Jojaribgroep aan de beurt was ten tijde van de verwoesting van Jeruzalem op zaterdag 5 augustus 70 nC. Door terug te rekenen kunnen we bepalen in welke weken de groep van Zacharias dienst heeft gehad in de jaren 8 v.Chr. tot 4 v.Chr. Dit is weergegeven in tabel 1. We gaan ervan uit dat Zacharias de dag na de sabbat waarop zijn dienstweek eindigde weer naar huis ging en dat Elisabeth vlak daarna in verwachting is geraakt. De engel Gabriël bezocht Maria toen Elisabeth in de zesde maand van haar zwangerschap was (Lukas 1:26). Oftewel ongeveer 5½ maand nadat Zacharias weer was thuisgekomen van zijn dienst. Deze data staan in de rechterkolom van de tabel. Hierin zijn ook de data vermeld volgens de Hebreeuwse kalender. Deze kalender is een zogenaamde luni-solaire kalender (zie Appendix A). De maanden beginnen steeds na nieuwe maan en hebben 29 of 30 dagen. Omdat het joodse jaar gemiddeld 354 dagen lang is, werd er om de twee of drie jaar een extra maand toegevoegd volgens een vast patroon. Voor meer informatie over de kalender in de eerste eeuw zie Algra (2020). Wat is de betekenis van deze tabel voor ons onderzoek? Het geeft ons voor de verschillende jaren de mogelijke data van het begin van Maria’s zwangerschap, met een marge van enkele weken.

Tabel 1 De weken waarin Zacharias dienst had in de tempel in de jaren 8 tot 4 v.Chr. en de maanden van Elisabeths zwangerschap. Data volgens de Juliaanse kalender
Begin van Abia-weekHalverwege de zesde maand van Elisabeths zwangerschap
DatumJaar v.Chr.DatumJaar v.Chr.Datum (Hebreeuws)
29 nov821 mei721 Iyar
16 mei75 nov712 Heshvan
31 okt722 apr63 Nisan
17 apr67 okt623 Elul
2 okt623 maart514 Adar
18 maart57 sept54 Elul
2 sep522 feb425 Shevat
17 feb49 aug416 Av

Maria op reis

Kort na de aankondiging door Gabriël gaat Maria op reis om een bezoek te brengen aan haar nicht Elisabeth en ze blijft daar drie maanden. Op dat moment heeft ze kennelijk nog niets aan Jozef verteld (Mattheüs 1:19-24). Mede vanwege de boodschap van de engel, is Elisabeth blijkbaar de enige die ze in het begin in vertrouwen neemt. Maria heeft de reis naar het Judese bergdorp van Elisabeth en Zacharias dus gemaakt zonder Jozef of andere familieleden. Want als Jozef zou zijn meegegaan, was hij meteen op de hoogte gekomen van de situatie (Lukas 1:39-42). Maar hoe was het dan mogelijk dat Maria deze reis van drie tot vijf dagen heeft gemaakt zonder begeleiding? Alleen reizen was bepaald niet veilig (Lukas 10:30), zeker niet voor een jonge vrouw. Daarom kunnen we met zekerheid uitsluiten dat Maria alléén heeft gereisd. Jozef en haar ouders zouden dat nooit hebben toegestaan. De enige plausibele mogelijkheid is dat Maria gebruik maakte van de gelegenheid om mee te reizen met groepen pelgrims die naar Jeruzalem gingen (Lukas 2:41,44). De drie pelgrimsfeesten die jaarlijks bezocht werden, waren Pesach, Pinksteren, en het Loofhuttenfeest. Als zij in het gezelschap van een groep stadsgenoten is meegegaan van Nazareth naar Jeruzalem vóór het Pesach, en zij na afloop van dat feest met een andere groep is meegereisd naar het dorp van Elisabeth, kon zij op die manier veilig haar bestemming bereiken. Pesach wordt gevierd van 14 tot 21 Nisan (maart/april). Op dezelfde wijze kon zij de reis terug maken wanneer het Pinksterfeest werd gevierd. Dit vond plaats in de maand Sivan (mei/juni). Wij zouden zeggen dat zij in dat geval maar twee maanden bij Elisabeth heeft doorgebracht. Maar in de Bijbel wordt er meestal inclusief geteld. Dat wil zeggen, de gedeeltelijke maanden Nisan en Sivan worden hier beide meegeteld. Zo komen we uit op drie maanden.

Men zou zich af kunnen vragen of Maria misschien niet rond het Loofhuttenfeest heeft gereisd. Dit feest valt in de maand Tisri (september/oktober). De terugreis zou dan hebben plaatsgevonden na het Chanoekafeest in de maand Kislev (november/december). Het probleem is echter dat Chanoeka niet behoorde tot de verplichte pelgrimsfeesten die in de Thora worden vermeld.

Tabel 2 Twee mogelijke geschatte data voor de geboorte van Jezus, bepaald op basis van de dienstweken van Zacharias in combinatie met een reis van Maria naar Elisabath rond Pesach
Abia-weekAankondiging van Gabriël aan MariaMogelijke uitteldatum van Maria
31 okt 73 nisan 6 v.Chr. (22 april)22 januari 5 v.Chr.
2 okt 614 adar 5 v.Chr. (23 maart)23 december 5 v.Chr.

Mogelijke data

Uit tabel 1 blijkt dat er twee mogelijkheden overblijven die passen bij een reis in de periode Nisan - Sivan. Deze twee opties zijn weergegeven in tabel 2, samen met een schatting van de data waarop Maria kon zijn uitgerekend. Uiteraard kan de werkelijke geboorte enkele weken vroeger of later hebben plaatsgevonden dan de vermelde data. We zien dat de geboorte in december of januari moet hebben plaatsgevonden. Dit komt overeen met de traditionele opvatting!

De ster van Bethlehem

In Mattheüs 2:1-12 wordt verteld dat enige tijd na de geboorte een delegatie wijze mannen ‘uit het oosten’ naar Judea kwam om de ‘pasgeboren koning’ te bezoeken en te vereren. Dit bezoek moet minstens 40 dagen na de geboorte hebben plaatsgevonden, omdat Jozef en Maria het Kind toen al hadden opgedragen in de tempel (Lukas 2:22-24). Zij woonden inmiddels in een gewoon huis in Bethlehem (Mattheüs 2:11). Wie waren deze wijzen of magiërs, waar kwamen ze vandaan, en wat hebben ze gezien? En kan ons dat wellicht meer informatie verschaffen omtrent de geboortedatum?

De magiërs

De magiërs kwamen hoogstwaarschijnlijk uit de streek van Babylon, hoewel sommige uitleggers suggereren dat het ook Arabië geweest kan zijn. Babylon ligt inderdaad exact ten oosten van Jeruzalem. Het is bekend dat al tijdens het Nieuw-Babylonische rijk in de zesde eeuw voor Christus koning Nebukadnezar (Daniël 2:2) zich liet adviseren door wijze raadslieden, waaronder een groep die aangeduid wordt als de magiërs. Zij hielden zich sinds oude tijden bezig met het bestuderen van de sterren en planeten. Het waren enerzijds astronomen, die een verbazingwekkend nauwkeurige kennis hadden opgebouwd met betrekking tot de bewegingen van de hemellichamen die zij iedere nacht observeerden. Maar anderzijds gingen zij er ook van uit dat de stand van sterren en planeten van invloed was op de mens, in het bijzonder op zaken die te maken hadden met oorlog en vrede, met voorspoed en tegenspoed, en met regeringszaken en bestuur. Zij probeerden er achter te komen hoe bijzondere gebeurtenissen aan de hemel gevolg hadden voor wat er op aarde plaatsvond. Om die reden hielden ze al deze zaken nauwkeurig bij, om zodoende gevolgtrekkingen te kunnen maken voor toekomstige situaties. In feite waren zij dus ook astrologen.

Messiasverwachting

Het is vermeldenswaard dat koning Nebukadnezar indertijd de joodse profeet Daniël tot hoofd van de wijzen van het rijk benoemde (Daniël 2:48). Dit kan de verklaring zijn voor het feit dat de magiërs op de hoogte waren van de verwachting van een messias, die in Judea geboren zou worden. Opmerkelijk is trouwens ook dat er in die tijd een wijdverbreide verwachting bestond van een komende machtige koning, een verlosser. De Romeinse historicus Suetonius schreef, toen hij het had over de tijd rond de geboorte van Christus: “Er had zich over het hele oosten een oud en gevestigd geloof verspreid, dat het voorbestemd was voor mannen die uit Judea kwamen om de wereld te gaan regeren.” Een andere Romeinse historicus, Tacitus, vermeldde: “er was een sterke overtuiging dat juist op dat moment het oosten krachtig moest worden en de heersers uit Judea een universeel rijk moesten verwerven.” De joodse historicus Josephus schreef dat de Joden geloofden dat iemand uit hun land binnenkort de heerser van de hele bewoonde wereld zou worden.

Door de nieuwe ster die zij hadden waargenomen, waren de magiërs tot de conclusie gekomen, dat die tijd nu was aangebroken. Kennelijk waren zij daar zelfs zo van overtuigd, dat ze er de tijd en de moeite voor namen om een bezoek te brengen aan Jeruzalem. Dat was geen geringe onderneming, want de reisafstand van Babylon naar Jeruzalem bedroeg 1150 km. De delegatie die de magiërs naar Jeruzalem hadden afgevaardigd, heeft er naar schatting dan ook minstens een maand over gedaan om deze afstand per kameel af te leggen.

Het relaas van de magiërs

Wat hebben de magiërs precies waargenomen? Als we Mattheüs 2:1-12 bestuderen, kunnen we daarover het volgende opmerken.

  1. Ze hadden een nieuwe ster gezien, want ze spraken over een nieuwe koning die geboren moest zijn. Immers, de bestaande vaste sterren en planeten hádden al hun betekenis. Dus konden dezen op zichzelf niet opeens wijzen naar een pasgeboren koning. Het Griekse woord ’ster’ kan overigens ook planeet of komeet betekenen. Maar de tekst maakt duidelijk dat het over één bepaald hemellichaam gaat, dat plotseling aan de hemel was verschenen. Het moet (in hun ogen) een bijzonder en indrukwekkend verschijnsel zijn geweest, gezien de betekenis die ze eraan gehecht hebben.
  2. Ze hadden de ster in het Oosten gezien. Daarmee bedoelt Mattheüs dat ze deze hadden waargenomen toen ze nog in Babylon waren. Blijkbaar was de ster niet meer zichtbaar toen ze in Jeruzalem waren en ook niet toen ze onderweg waren daarnaartoe.
  3. Tot hun grote verrassing zien ze de ster opnieuw als ze de weg inslaan naar Bethlehem. Dit bevestigt dat de ster gedurende een bepaalde periode niet zichtbaar was.
  4. Herodes informeerde nauwkeurig naar het tijdstip waarop zij de ster hadden waargenomen. Op grond van hun antwoord besloot hij vervolgens om alle jongetjes tot twee jaar oud om het leven te brengen. Hieruit leiden we af dat de eerste waarneming van de ster al een langere tijd geleden moet zijn geweest. Het lijkt eerder te wijzen op een periode in de orde van een jaar, dan op een paar weken of maanden.
  5. Ze informeren naar een pasgeboren koning. Dit lijkt op het eerste gezicht in tegenspraak met punt d).

De verklaringen van wat de magiërs precies hebben gezien zijn te verdelen in twee categorieën. Ten eerste, een bijzondere samenstand van enkele planeten, eventueel in combinatie met de zon, de maan of een bepaald sterrenbeeld. Ten tweede, een komeet of een nova.

Bijzondere samenstand

Johannes Kepler wees er in 1604 al op dat er in het jaar 7 v.Chr. drie maal een samenstand te zien was van de planeten Jupiter en Saturnus. Nadien is er door vele anderen eveneens op gewezen dat dit de verklaring zou kunnen zijn van de ster van Bethlehem. In onze tijd wordt met name Molnar veelvuldig aangehaald in artikelen en boeken over dit onderwerp. Op drie momenten in dat betreffende jaar, op 29 mei, 11 oktober en 8 december, stonden de twee planeten zo dicht bijeen dat dit door de wijzen zou zijn opgevat als een bijzonder teken. Een dergelijk drievoudige conjunctie (samenstand) is betrekkelijk zeldzaam. Er kleeft echter een serieus probleem aan deze conjunctietheorie. De minimale afstand die de twee planeten tijdens de conjunctie hebben bereikt, was circa één booggraad. Dat is gelijk aan tweemaal de diameter van de maanschijf. Met andere woorden, in feite bleef de onderlinge afstand nog behoorlijk groot en was er absoluut geen sprake van dat het leek alsof het één ster was. Bovendien, uit de aantekeningen van de Babylonische astronomen uit die tijd blijkt dat zij de banen van de planeten zeer nauwkeurig konden voorspellen en dat zij aan deze conjuncties geen bijzondere betekenis hebben gegeven. Vandaar dat wij deze theorie hier verder buiten beschouwing laten.

Figuur 1: Komeet boven Rotterdam, Lieve Verschuier, 1680 (Museum Rotterdam)
Figuur 1 Komeet boven Rotterdam, Lieve Verschuier, 1680 (Museum Rotterdam)

Komeet of nova

Kometen zijn hemellichamen die meestal op een onverwacht moment verschijnen en vervolgens een schijnbaar willekeurig traject aan de hemel afleggen voordat zij weer verdwijnen. Een komeet kan een korte of langere staart hebben, die altijd van de zon af is gericht. Sommige kometen waren bijzonder helder. De meest bekende is wel de komeet van Halley, die om de 75 jaar terugkeert. Dit was ook het geval in het jaar 12 v.Chr. Van oudsher heeft men de verschijning van een spectaculaire komeet veelal opgevat als een voorteken van slecht nieuws of van een grote ramp.

Een nova is een heel ander fenomeen. Dit is een ster die plotseling verschijnt. In feite betreft het vaak een nauwe dubbelster met een grote en een kleine component. De wisselwerking hiertussen kan resulteren in het ineens op gang komen van een thermonucleaire kernreactie met een onvoorstelbare energie-uitbarsting tot gevolg. De helderheid kan in heel korte tijd met een factor 10.000 toenemen. Na enkele maanden tot jaren neemt de helderheid weer af en is de ster in de regel niet meer zichtbaar voor het blote oog. Een supernova is een vergelijkbaar verschijnsel. Hierbij gaat het in de meeste gevallen om een massieve ster die aan het eind van zijn levensduur explodeert. Een supernova is zeldzamer dan een nova, kan bijzonder helder zijn, en blijft in veel gevallen enkele dagen zichtbaar. Al ver voor de jaartelling werden hemelverschijnselen zoals kometen en novae nauwkeurig bijgehouden. Met name aan Chinese en Koreaanse astronomen hebben we een grote hoeveelheid gegevens te danken, die gedurende vele eeuwen zijn verzameld en opgetekend. Tabel 3 vermeldt de waarnemingen die bekend zijn uit de periode 10 tot 1 v.Chr.

De vraag is of de ‘komeet’ van 5 v.Chr. is eventueel een nova geweest. In de meeste gevallen wordt bij een komeet de baan aan de hemel beschreven, maar dat is hier niet het geval. Er staat wel vermeld dat de komeet 70 dagen lang zichtbaar was, maar er wordt slechts één locatie genoemd. Desondanks gaat Humphreys uit van een komeet. Echter volgens anderen zoals Clarke et.al., Morehouse, en Hoffleit, is het waarschijnlijker dat het een nova was, mede omdat kan worden aangetoond dat de benamingen als hui-hsing en po-hsing niet altijd even nauwkeurig zijn gebruikt in de annalen. Wat 4 v.Chr. betreft, hebben de Chinese en de Koreaanse waarnemingen duidelijk betrekking op hetzelfde object. Dit is hoogstwaarschijnlijk eveneens een nova geweest.

Tabel 3 Waarnemingen van kometen en novae in de jaren 10 tot 1 v.Chr. Hegu is een Chinese stergroep in Aquila.
JaarObjectDatumPeriodeLocatieOpmerking
5 v.Chr.Hui-hsing (komeet)De 2e maand t.w. 10 maart tot 7 april70 dagenCapricornusChinese waarneming
4 v.Chr.Po-hsing (staartloze komeet of nova)24 aprilNiet vermeldHegu (Aquila)Chinese waarneming
4 v.Chr.Po-hsing (staartloze komeet of nova)24 aprilNiet vermeldHegu (Aquila)Koreaanse waarneming

De vraag is nu of één van deze twee novae de ster van Bethlehem geweest kan zijn. En ten tweede, waarom waren de magiërs er zo van overtuigd dat hiermee de Messias-koning van Israël werd aangekondigd? In nogal wat verhandelingen over dit onderwerp heeft men de ster van 4 v.Chr. zonder meer buiten beschouwing gelaten. Dit kwam omdat men ervan uitging dat Herodes in het voorjaar van 4 v.Chr. gestorven was. Aangezien wij daar nu niet meer van uitgaan, is de ster van 4 v.Chr. een serieuze optie.

Als we de uitkomsten van tabel 2 vergelijken met de data van tabel 3, dan kan de nova van 5 v.Chr. weliswaar niet overeenkomen met het tijdstip van de geboorte van Jezus, maar wel met het tijdstip van de conceptie! En als dat zo is, dan zou de nova van 4 v.Chr. wellicht de ster geweest kunnen zijn die de wijzen later zagen, toen ze op weg gingen naar Bethlehem! Kan de verschijning van een nova de magiërs überhaupt op de gedachte hebben gebracht, dat er een groot koning zou zijn verwekt? Daar bestaan inderdaad overtuigende aanwijzingen voor. Maar dan moeten we eerst nog een eeuw verder terug in de tijd.

Mithridates

De befaamde koning Mithridates VI Eupator regeerde 56 jaar over het Pontische rijk, van 120 tot 63 v.Chr. Pontus was een Perzisch-Hellenistisch koninkrijk aan de Zwarte Zee, dat door Mithridates sterk werd uitgebreid. Hij veroverde heel Klein-Azië op de Romeinen en heeft zelfs een korte tijd Athene bezet. Voor de Romeinen was hij gedurende zijn hele regeringsperiode een geduchte tegenstander en hij maakte het hen bij tijden bijzonder moeilijk. Het gevolg was dat zijn roem legendarische vormen aannam. Zelfs nog tot in de zeventiende en achttiende eeuw zijn er diverse toneelspelen en opera’s aan hem gewijd. Hij was geboren in 133 v.Chr. en besteeg de troon op de leeftijd van 13 jaar. Volgens Finegan schreef de Romeinse historicus Pompeius Trogus - tijdens de regering van Augustus - het volgende over Mithridates:

“Zijn toekomstige grootheid werd ook voorspeld door hemelse voortekenen. Want zowel in het jaar dat hij werd verwekt, als in het jaar van zijn troonsbestijging was er een komeet te zien. In beide gevallen werd de complete hemel in vlam gezet gedurende 70 dagen. Wat grootte betreft werd een kwart van de hemel in beslag genomen, en wat helderheid betreft werd de lichtsterkte van de zon overtroffen, en het opgaan en ondergaan bedroeg verscheidene uren.”

Finegan toont aan dat volgens de Chinese annalen er inderdaad kometen zijn waargenomen in de jaren 134 v.Chr. en 120 v.Chr. Met andere woorden, we zien hier dat de conceptie van een machtige en beroemde koning wordt gerelateerd aan de verschijning van een komeet.

Figuur 2: De constellatie Capricornus (Steenbok). De blauwe lijn is de ecliptica, het pad van de zon tegen de sterrenhemel zoals we dat vanaf de aarde zien. Vandaar dat Capricornus behoort tot de sterrenbeelden van het Dierenriem. Beeld: : IAU and Sky & Telescope magazine WikiCommons
Figuur 2 De constellatie Capricornus (Steenbok). De blauwe lijn is de ecliptica, het pad van de zon tegen de sterrenhemel zoals we dat vanaf de aarde zien. Vandaar dat Capricornus behoort tot de sterrenbeelden van het Dierenriem. Beeld: : IAU and Sky & Telescope magazine WikiCommons

Bovendien wordt erbij gezegd dat de komeet 70 dagen lang zichtbaar was. We mogen aannemen dat de magiërs op de hoogte waren van de feiten die Trogus beschrijft. Nu is het is opmerkelijke dat de ster van 5 v.Chr. eveneens gedurende een periode van 70 dagen zichtbaar is geweest. Dit feit viel de magiërs ongetwijfeld op en ze hebben daaruit geconcludeerd dat er in maart/april 5 v.Chr. opnieuw een machtige en grote koning was verwekt.

Figuur 3: De aanbidding van de wijzen uit het oosten, Giotto di Bondone, 1304 –1306, Fresco in de Scrovegni Capella, Padua, Italië. Let op de komeet bovenin de voorstelling. Mogelijk werd de schilder geïnspireerd door de komeet van Halley die in 1301 was te zien.
Figuur 3 De aanbidding van de wijzen uit het oosten, Giotto di Bondone, 1304 –1306, Fresco in de Scrovegni Capella, Padua, Italië. Let op de komeet bovenin de voorstelling. Mogelijk werd de schilder geïnspireerd door de komeet van Halley die in 1301 was te zien.

Capricornus en Aries

Daarbij kwam ook dat zij de ster waarnamen in de constellatie Capricornus (Steenbok). Dit sterrenbeeld had een bijzondere betekenis omdat het was gerelateerd aan de zonnewende. Na de kortste dag - rond 23 december - stond de zon in Capricornus. Voor hun besef was dit sterrenbeeld daarom de basis voor de (her)geboorte van de zon. En nu was de ster precies negen maanden (!) eerder verschenen in ditzelfde sterrenbeeld. Wees dit feit dus ook niet op de verwekking van een koning, die een licht voor de wereld zou zijn, zoals de zon schijnt in haar kracht?

De Chinese annalen vermelden helaas niet op welke datum de ster voor het eerst was te zien, maar noemen wel de maand. Deze kwam overeen met de periode 10 maart tot en met 7 april. Dit was de maand Adar (5 vC) volgens de joodse kalender. Met andere woorden, dit komt precies overeen de gegevens van tabel 2 voor dat jaar! Gezien de conclusies van de magiërs is het aannemelijk dat de eerste waarneming op of na de lente-equinox is geweest (23 maart). Vanaf dat moment stond de zon in Aries (Ram). Zoals Molnar op grond van historische bronnen aantoont, werd Aries astrologisch geassocieerd met de streek Palestina. De magiërs wisten het zeker: de verwekte koning was de langverwachte Messias uit Israël, die heerser zou worden van de hele bewoonde wereld!

Figuur 4: De constellatie Aquila (Arend). De helderste ster is Alpha Aquila (Altair). De twee naastgelegen sterren die zijn verbonden met de groene lijn zijn Beta Aquila en Gamma Aquila. Deze drie sterren komen overeen met de chinese stergroep Hegu. Beeld: IAU and Sky & Telescope magazine WikiCommons
Figuur 4 De constellatie Aquila (Arend). De helderste ster is Alpha Aquila (Altair). De twee naastgelegen sterren die zijn verbonden met de groene lijn zijn Beta Aquila en Gamma Aquila. Deze drie sterren komen overeen met de chinese stergroep Hegu. Beeld: IAU and Sky & Telescope magazine WikiCommons

De reis van de magiërs

Het is aannemelijk dat de magiërs hun definitieve conclusie hebben getrokken, zodra zij opmerkten dat de ster na 70 dagen niet meer zichtbaar was. Ze besloten toen om de nieuwe koning te bezoeken zodra hij zou zijn geboren. Dat hield in dat ze een jaar hebben gewacht, gerekend vanaf de eerste verschijning van de ster. De delegatie die was afgevaardigd vertrok rond 23 maart 4 v.Chr. en kwam na een tocht van ongeveer één maand in Jeruzalem aan, in de tweede helft van de maand april van het jaar 4 v.Chr. Maar eenmaal daar, merkten ze tot hun grote verbijstering dat niemand op de hoogte bleek te zijn. Dezelfde dag nog hoorden ze van Herodes dat ze in Bethlehem moesten zijn en zelf maar moesten uitzoeken waar de jonge koning zich bevond. Hij zou dat graag van hen willen horen.

Naar Bethlehem

De volgende dag vertrokken ze richting Bethlehem. Een afstand van bijna 10 km, waar ze ongeveer 2,5 uur over hebben gedaan. Zoals ze gewoon waren gingen ze op pad terwijl het nog donker was. De favoriete momenten om de hemel waar te nemen waren voor hen de uren direct na zonsondergang en vooral de uren vlak voor zonsopgang. Daarom vertrokken ze waarschijnlijk al om een uur of drie in de vroege morgen. Eenmaal buiten de stad, zodra ze een vrij zicht hadden op de zuidelijke nachthemel, zagen ze tot hun grote verrassing de ster terug, die ze een jaar geleden in hun eigen vaderland hadden waargenomen. Hij stond daar hoog aan de hemel in het zuidoosten, terwijl zij zelf de weg volgden in zuidwestelijke richting. Dat was de weg naar Hebron, die vlak langs Bethlehem voert.

Mattheüs 2:9 De ster ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats waar het Kind was (HSV).

Terwijl ze voortreden, verschoof de ster steeds meer naar het zuiden, totdat deze recht voor hen uit stond: precies in de richting van hun route naar Bethlehem. Vrijwel onmiddellijk daarna was het zo licht geworden dat de laatste sterren verbleekten en zij ‘hun’ ster niet meer konden onderscheiden. Maar de ster had hen de weg gewezen! Het opnieuw verschijnen van de ster, juist op deze morgen, betekende voor hen een fantastische bevestiging dat ze het bij het juiste eind hadden gehad en dat hun reis niet vergeefs was geweest. Dit ondanks het in hun ogen uiterst merkwaardige feit dat niemand in Jeruzalem op de hoogte bleek te zijn. En wellicht ook de eenvoudige entourage waarin ze de toekomstige heerser van de wereld aantroffen.

Figuur 5: Het traject van de nova op 24 april 4 v.Chr. tussen 2:30 en 5:02 uur. De coördinaten en magnitude zijn die van Alpha Aquila (Altair), locatie Jeruzalem, lokale zonnetijd. Zonsopkomst 5:25 uur. De grens van zichtbaarheid vanwege de zonsopkomst werd bereikt bij een azimut van circa 204⁰.
Figuur 5 Het traject van de nova op 24 april 4 v.Chr. tussen 2:30 en 5:02 uur. De coördinaten en magnitude zijn die van Alpha Aquila (Altair), locatie Jeruzalem, lokale zonnetijd. Zonsopkomst 5:25 uur. De grens van zichtbaarheid vanwege de zonsopkomst werd bereikt bij een azimut van circa 204⁰.

\

De ster wees hen de weg

Zo is het waarschijnlijk dus gegaan op die ochtend van de 24e april in het jaar 4 v.Chr. De ster die vanaf die dag zichtbaar was, was de nova in het sterrenbeeld Aquila. Blijkbaar leek deze ster sprekend op de ster van het jaar daarvoor. Bovendien stond de ster ongeveer op dezelfde plek aan de hemel, want Capricornus en Aquila grenzen min of meer aan elkaar. Met behulp van simulaties kunnen we bepalen welk traject de ster op die bewuste morgen heeft afgelegd aan de zuidelijke hemel, gezien vanuit Jeruzalem en Bethlehem. Dit is weergegeven in figuur 5.

Als referentie hebben we de helderste ster van Aquila genomen. Dit is de ster Altair (magnitude 0,93) in de stergroep Hegu. Ongeveer een half uur voor zonsopkomst begon de ster minder goed zichtbaar te worden. Om 4:57 was de ster niet meer bruikbaar voor navigatie en om 5:02 was de ster volledig onzichtbaar geworden. De azimutpositie was op deze tijdstippen respectievelijk 204 en 206 graden. De ster stopte daar als het ware en bereikte zijn zichtbare eindpunt van die dag. In Mattheüs 2:9 wordt dit zo uitgedrukt: “totdat de ster kwam en stond boven de plaats waar het Kind was”. Deze richting komt nauwkeurig overeen met de richting van de weg van de oude stad Jeruzalem naar Bethlehem. Toen de magiërs dichtbij Bethlehem kwamen of misschien toen ze het stadje al binnengingen, kwam de zon op en begon de nieuwe dag. In Bethlehem, dat toentertijd nog geen 1000 inwoners telde volgens de historici, deden ze navraag en vonden vlot het huis waar ze moesten zijn.

Census van Augustus

In Lukas 2:1,2 wordt een door Augustus uitgevaardigde census genoemd, waardoor Jozef genoodzaakt was naar Bethlehem te gaan. Omdat vers 2 zegt dat toentertijd Quirinius het bewind over Syrië voerde, roept dit een probleem op. Volgens de historische gegevens werd Quirinius pas in 6 n.Chr. procurator van deze Romeinse provincie. Het Grieks van vers 2 kan echter ook als volgt worden vertaald: “Deze census vond plaats voordat Quirinius procurator van Syrië werd”. De reden dat Lukas dit zo formuleert is om deze census te onderscheiden van de census die in 6 n.Chr. is gehouden, waarbij er een opstand uitbrak (Hnd5:37). Het is bekend dat Augustus overal in het rijk volkstellingen liet uitvoeren, voornamelijk ten behoeve van het heffen van belasting. Hoewel Herodes als vazalkoning het recht had zelf belastingen te heffen en op zijn beurt afdrachten aan Rome was verschuldigd, weten we dat Augustus ook in de vazalkoninkrijken volkstellingen liet uitvoeren als hij dat nodig vond. Aangezien Herodes in 8/7 v.Chr. uit de gunst raakte en er in de volgende jaren een opvolgingsstrijd gaande was, is het niet verwonderlijk dat Augustus in die tijd een census uitvaardigde in Palestina. Hoehner stelt dat deze census vermoedelijk heeft plaatsgevonden tussen 6 en 4 v.Chr. De Romeinen eisten dat men ten behoeve van de census naar de stad ging waar men grondbezit had om zodoende het eigenaarschap nauwkeurig in kaart te brengen. Voor zowel Jozef als Maria gold dat hun familiebezittingen zich in Bethlehem bevonden. Een andere reden dat Maria meeging zou ook kunnen zijn dat zij en Jozef wisten dat de Messias in Bethlehem geboren zou worden (Micha 5:1).

Begin van Jezus’ bediening

Tijdens het eerste Pesachfeest dat Jezus bezocht samen met zijn discipelen, werd tegen Hem gezegd dat de restauratie van de tempel op dat moment al 46 jaar aan de gang was (Johannes 2). Herodes was in het jaar 20/19 v.Chr. met dat project begonnen. Josephus vertelt dat het eigenlijke tempelgebouw in 18 maanden werd voltooid en dat dit samenviel met het inauguratiefeest van Herodes. Aangezien Herodes Jeruzalem veroverde op 9 Av van 37 v.Chr., moet de bouw van het tempelgebouw van start zijn gegaan in Adar (maart) 19 v.Chr. Het genoemde Pesachfeest kunnen we daarom dateren in het voorjaar van 28 n.Chr. Jezus’ doop moet enkele maanden daarvoor hebben plaatsgevonden: eind 27 of begin 28 n.Chr. Uitgaande van een geboortedatum tegen het eind van 5 v.Chr., was Hij op de dag van zijn doop 30 of 31 jaar. Dit klopt met Lukas 3:23 en is een bevestiging dat de geboortedatum correct is.

Conclusie

Als we alle onderzochte gegevens combineren, dan komen we tot de conclusie dat Christus is geboren in december van het jaar 5 v.Chr. De traditionele datum van 25 december zou wel eens heel dichtbij de werkelijkheid kunnen liggen.

De wijzen hebben Bethlehem bezocht op 24 april van het jaar 4 v.Chr.

Referenties

Algra, T., De Hebreeuwse kalender in de tijd van het Nieuwe Testament, eindtijdinzicht.nl, 2020

Barnes, Timothy D, The Date of Herod's Death, Journal of Theological Studies 19, pp. 205-206, 1968

Beckwith Roger T., Calendar and chronology, Jewish and Christian - Boston, Leiden : Brill Academic Publishers, 2001

Campbell, James, The Pesachlion: An Icon of Time, St. Vladimir’s Theological Quarterly, Vol. 28 No. 4, 1984, pp. 245-262

Clark, D. H., Parkinson, J. H., & Stephenson, F. R., An Astronomical Re-Appraisal of the Star of Bethlehem - A Nova in 5 BC, Quarterly Journal of the Royal Astronomical Society, Vol. 18, 1977, pp. 443-449

Del Castillo, Arcadio. The Emperor Galba's Assumption of Power: Some Chronological Considerations, Historia: Zeitschrift Für Alte Geschichte, vol. 51, no. 4, 2002, pp. 449–461.

Encyclopaedia Britannica, Mesopotamian deity Ea, Online, 2000

Finegan, Jack, Handbook of Biblical chronology, Revised edition, Hendrickson Publ, 1998, Peabody

Filmer, W. E. The chronology of the reign of Herod the Great, The Journal of Theological Studies 17, no. 2 (1966): 283–98.

Grabbe, Lester L., A History of the Jews and Judaism in the Second Temple Period, Volume 3, London: Bloomsbury Publishing, 2020

Hoehner, Harold W., Chronological aspects of the life of Christ, Zondervan, Grand Rapids, 1977

Hoffleit, D., The Christmas Star, Novae, and Pulsars, The Journal of the American Association of Variable Star Observers, vol. 13, no. 1, 1984, pp. 15-20

Humphreys, Colin, The Star of Bethlehem a Comet in 5-BC and the Date of the Birth of Christ, November 1991, Quarterly Journal of the Royal Astronomical Society, 32:389

Kolev, Rumen, The Babylonian Astronomy and Astrology, Astro-Research Center "Zenith", Varna (Bulgaria) 2001

Molnar, Michael R., The star of Bethlehem: The legacy of the Magi, Rutgers University Press, New Brunswick, 1999

Molnar, M.R., The evidence for Aries the Ram as the astrological sign of Judea, Journal of the History of Astronomy, xxxiv, 2003

Morehouse, A. J., The Christmas Star as a Supernova in Aquila, Journal of the Royal Astronomical Society of Canada, Vol. 72, 1978, p.65

Ramsay, Sir William, Was Christ Born at Bethlehem?, London: Hodder and Stoughton, 1898

Whiston, William, Josephus Antiquities of the Jews — Book XVII, ch. 8, VI Dissertations, Addenda, London, 1737

Windle, B, The archaeology of Christmas, Bible and Spade 30.4, 2017, pp.83-90

Tousey, R., M.J.Koomen, The Visibility of Stars and Planets During Twilight, Journal of the Optical Soc. of Am., Vol 43, p.177, 1953

Zhentao Xu, David W. Pankenier, Yaotiao Jiang, East Asian Archeoastronomy, historical records of astronomical observations of China, Japan and Korea, Gordon and Breach Science Pub., 2000

Appendix A: Hebreeuwse kalender

Hebreeuwse kalender: maanden en duur
MaandDuur (dagen)Opmerking
1Nisan29 of 301e maand godsdienstig jaar
2Iyar29 of 30
3Sivan29 of 30
4Tammuz29 of 30
5Av29 of 30
6Elul29 of 30
7Tisri29 of 301e maand burgerlijk jaar
8Heshvan29 of 30
9Kislev29 of 30
10Tevet29 of 30
11Shevat29 of 30
12Adar29 of 30
Adar II29 of 30schrikkelmaand

In bijbelse tijden hadden de maanden nog geen vaste lengte. Het begin van de nieuwe maand werd bepaald op grond van maanobservatie. Omdat het jaar gemiddeld 354 dagen lang is, is het noodzakelijk zo nu en dan een schrikkelmaand toe te voegen. In de tijd van het Nieuwe Testament gebeurde dat volgens een vast patroon, waarbij om de twee of drie jaar een schrikkelmaand werd ingevoegd na de 12e maand (Adar II). Daardoor viel 1 Nisan samen met het tijdstip van de eerste nieuwe maan na de lente-equinox (23 maart in dit tijd volgens de Juliaanse kalender). In feite steeds twee dagen later, omdat de nieuwe maand pas werd geproclameerd op het moment dat de eerste smalle sikkel van de wassende maan was waargenomen. Als dat laatste vanwege bewolking niet mogelijk bleek, werd de maandlengte op 30 dagen bepaald. Zie (Algra, 2020).

Appendix B: het sterfjaar van Herodes

Volgens Flavius Josephus, de joodse historicus die uitgebreid over de geschiedenis van het joodse volk heeft geschreven, veroverde Herodes de stad Jeruzalem in het jaar 37 v.Chr. Hij dateert dit door te refereren naar de consuls die in dat jaar in Rome aan het bewind waren, namelijk Agrippa en Gallus.

Hij vermeldt dat Herodes 34 jaar heeft geregeerd. Deze werd opgevolgd door zijn zonen Archelaüs, Antipas en Filippus. Zij kregen alle drie een deel van het koninkrijk toebedeeld. Ook van hen weten we hoe lang zij hebben geregeerd en tot welk jaar.

Archelaüs regeerde tien jaar, tot het jaar 6 waarin hij door keizer Augustus werd afgezet wegens wanbeleid. Filippus regeerde 37 jaar en stierf in het 20e jaar van Tiberius. Antipas werd in het jaar 39 verbannen door keizer Caligula. Uit gevonden munten is gebleken dat dit gebeurde in zijn 43e regeringsjaar.

Uit al deze gegevens blijkt dat Herodes stierf in het Nisan-jaar dat liep van 1 Nisan 4 tot 1 Nisan 3 v.Chr. Merk hierbij op dat Josephus inclusief rekent. Dus de gebroken Nisan-jaren 37/36 en 4/3 worden volledig door hem meegeteld. Dit geldt ook voor de regeringsduur van de zonen.

Regeringsjaren van Herodes en zijn zonen
Eerste jaarLaatste jaarDuur (jaren)
Herodes37n (vC)4n (vC)34
Antipas4n (vC)39n43
Archelaüs4n (vC)6n10
Filippus4n (vC)33n37

Filmer lanceerde in 1966 de theorie dat Herodes stierf in het jaar 1 v.Chr. Hij stelde dat Josephus exclusief rekende, in Tisri-jaren. Om de theorie kloppend te krijgen moest hij een aantal aannames doen, die door de meeste geleerden als onrealistisch worden bestempeld:

  • Josephus heeft zich vergist in de namen van de Romeinse consuls, want de verovering van Jeruzalem zou in het jaar 36 v.Chr. hebben plaatsgevonden en niet in het jaar 37.
  • Bovendien zou hij zich hebben vergist in de namen van de consuls die regeerden in het jaar waarin Herodes door de Romeinse senaat werd benoemd (39 v.Chr. in plaats van 40 vC).
  • Herodes’ zonen zouden alle drie vijf jaar lang co-regent geweest zijn, samen met Herodes. Alle drie telden zij later hun officiële regeringsjaren vanaf het begin van hun co-regentschap. Hiervoor is echter geen bewijs gevonden.

Enkele andere argumenten die de theorie van Filmer onderuit halen:

  • Josephus vermeldt dat er 28 hogepriesters zijn geweest vanaf de tijd van Herodes tot aan de verwoesting van Jeruzalem en dat deze periode 107 jaar besloeg. Hij rekende dus inclusief, vanaf 37 v.Chr. tot 70 nC. Met andere woorden, Jeruzalem is in 37 v.Chr. veroverd en niet in 36 v.Chr.
  • De latere keizer Gaius (Caligula) was aanwezig in de vergadering in Rome die moest besluiten over de opvolging van Herodes. Deze vond plaats in 3 v.Chr. Volgens Filmer’s theorie moet dit echter het jaar 1 v.Chr. zijn geweest. Barnes toonde aan dat dit laatste onmogelijk is, omdat Gaius in dat jaar niet in Rome aanwezig was.
  • Het beleg van Jeruzalem begon volgens Josephus in het derde jaar van Herodes, in Shevat of Adar. De theorie van Filmer is hierin niet consistent, want volgens Filmer’s telling zou dit het tweede jaar van Herodes moeten zijn geweest.
  • Filmer merkt op dat er volgens de historicus Dio Cassius in de Romeinse provincie Syria (waarin ook Judea lag) niets bijzonders gebeurde in het jaar 37 v.Chr. Jeruzalem zou daarom niet in 37 v.Chr. kunnen zijn belegerd. Maar dit is een oneigenlijk argument. Want Dio Cassius vermeldt het beleg van Jeruzalem zeker wel, alleen dateert hij dit - foutief - in het jaar 38 v.Chr.

Conclusie: Herodes stierf in het Nisan-jaar dat begon op 1 Nisan 4 v.Chr.

Voetnoten

  1. Ramsay pag. 192-94
  2. Beckwith pag. 77
  3. Hoehner pag. 26
  4. Beckwith pag. 73
  5. Josephus bedoelt niet Pesach 4 v.Chr., maar Pesach 3 v.Chr., volgens Whiston pag. 338-441; Zie ook Kushnir Stein (1995)
  6. Sommige geleerden verdedigen de optie 1 v.Chr., zoals bijvoorbeeld Finegan §518. Hun argumenten kunnen echter overtuigend worden weerlegd. Zie discussie in Grabbe (2020), pag. 29-31, en Appendix B.
  7. Finegan (1998) §576
  8. In de Talmoed en een aantal andere Rabbijnse geschriften is de opmerking te vinden dat de tempel werd verwoest op een zondag, na een sabbatjaar, op 9 Av, terwijl de priestergroep Jojarib dienst had (Beckwith, 2001 pag. 83). Deze datum komt overeen met 5 augustus 70 n.Chr. De dienst van de Jojaribgroep begon dus op zaterdag 4 augustus.
  9. Strashny (2017)
  10. Vergelijk dit met de uitspraak van Jezus dat Hij na drie dagen zou opstaan (bijv. Markus 8:31). Hij stierf op vrijdagmiddag (de eerste dag) en stond op zondagmorgen vroeg (de derde dag).
  11. ‘in het Oosten’ in gr. anatole. Dit woord kan in principe in astronomische zin worden opgevat als ‘heliacale opkomst’. Dit is de eerste verschijning van een ster vlak voor zonsopkomst aan de oostelijke horizon. Maar het is uiterst onwaarschijnlijk dat Mattheüs dit bedoeld kan hebben, wetend dat zijn lezers voor het overgrote deel niet astronomisch onderlegd waren. Vandaar dat we uitgaan van de gangbare betekenis.
  12. Molnar, 1999
  13. Volgens Molnar hadden westerse astrologen, waaronder hij ook de Babyloniërs rekent, geen belangstelling voor het duiden van novae en kometen, in tegenstelling tot hun collega’s in het verre oosten (Molnar pag. 24,25). Hij noemt de uitleg dat de nova of komeet van 5 v.Chr. de ster van Bethlehem moet zijn daarom een post hoc ergo propter hoc redenering (“na dit, dus vanwege dit”). Het zou een sprekend voorbeeld zijn hoe men vaak (ten onrechte) een oorzaak-gevolg relatie veronderstelt tussen gebeurtenissen die gelijktijdig of vlak na elkaar hebben plaatsgevonden. Het probleem is echter dat precies hetzelfde gezegd kan worden van Molnar’s eigen theorie, namelijk dat de geboorte van Christus gerelateerd moet worden aan een aantal zeldzame planeetconjuncties. Daarom kunnen we dit niet als een serieus argument beschouwen om het hemelverschijnsel van 5 v.Chr. te negeren.
  14. Zhentao et. al. Hegu is een Chinese stergroep binnen het sterrenbeeld Aquila en omvat het gebied waarin zich alpha, beta en gamma Aquila bevinden.
  15. Clark et. al.
  16. Humphreys
  17. Clark et. Al.; Morehouse; Hoffleit
  18. Zoals bijvoorbeeld Mitridate, Rè di Ponto (1770) van Wolfgang Amadeüs Mozart.
  19. Finegan §533
  20. Finegan §535
  21. Capricornus werd door de Babyloniërs bovendien geassocieerd met Enki of Ea, de god van o.a. vruchtbaarheid, bevruchting, verwekking (Encycl. Brittanica).
  22. Tegenwoordig staat de zon rond 21 maart in Pisces, maar 2000 jaar geleden was dat Aries. Deze verschuiving wordt veroorzaakt door de precessie van de aardas.
  23. Molnar (2003)
  24. Vaak wordt Pisces geassocieerd met Palestina, in navolging van de middeleeuwse joodse theoloog Jitschak Arbabanel. Dit is echter aantoonbaar onjuist.
  25. Kolev
  26. Misschien is deze ster alleen op 24 april zichtbaar geweest. Want zowel de Chinese als de Koreaanse waarneming van deze nova vermelden slechts één datum.
  27. De berekeningen zijn gebaseerd op de gegevens van Tousey en Koomen.
  28. Dit is te controleren door op de kaart een rechte lijn te trekken langs de Hebron Road vanaf de afslag Henoch Albek Street in Jeruzalem tot de afslag Children Street bij Bethlehem. De coördinaten zijn resp. (31.761713, 35.224943) en (31.710787, 35.198726). De richting van deze lijn is 204 graden ten opzichte van het noorden.
  29. Hoehner pag. 21
  30. Hoehner pag. 23
  31. Hoehner pag. 15
  32. Oudheden 14.487
  33. Oudheden 17.342
  34. Oudheden 18.106
  35. Oudheden 18.252
  36. De benaming Nisan-jaar staat voor een kalenderjaar dat begint op 1 Nisan (maart/april).
  37. Filmer (1966)
  38. Oudheden 20.250
  39. Oudheden 17.229
  40. Barnes (1968)
eindtijdinzicht.nl © 2020-2022

De Geboortedatum Van Jezus Christus