Ik schrijf deze blog op 12 augustus 2026, de dag van de zonsverduistering. Het is mooi weer en het belooft een heldere avond te worden. Kortom: een prachtige gelegenheid om dit indrukwekkende natuurverschijnsel te bekijken. Hoewel vanuit Nederland gezien de zon niet volledig bedekt zal worden, blijft het een bijzonder moment om mee te maken. Een moment waarop je misschien nog meer dan anders wordt bepaald bij Gods majesteit, zichtbaar in de schepping.
Ook in de eindtijd zal er een spectaculaire zonsverduistering plaatsvinden. Op verschillende plaatsen in de Bijbel lezen we daarover. De zon zal zwart worden en de maan bloedrood. Lees bijvoorbeeld de volgende Bijbelgedeelten: Mattheüs 24, Lukas 21, Handelingen 2, Joël 2, Jesaja 13 en Openbaring 6.
Behalve deze zonsverduistering zullen ook sterren van de hemel vallen. Waarschijnlijk moeten we daarbij denken aan meteorieten of asteroïden die vanuit de ruimte de aarde treffen, met alle gevolgen van dien. Dat zou ook kunnen verklaren waarom we in dezelfde context lezen over aardbevingen en het bulderen van de zeeën: precies de verschijnselen die je kunt verwachten wanneer één of meerdere zware asteroïden inslaan.
Laten we deze ongeëvenaarde gebeurtenis voor het gemak afkorten als ZMS: Zon, Maan en Sterren. In al deze Bijbelgedeelten is duidelijk dat ZMS de inleiding vormt tot de dag van de Heer. Dat is het moment waarop God ingrijpt om een einde te maken aan alle onrecht en kwaad en het Koninkrijk van zijn Zoon te vestigen. De aarde zal dan getroffen worden door een ongekende reeks rampen en oordelen, zoals in Openbaring beschreven wordt door middel van de zeven bazuinen en de zeven schalen.
Vlak na ZMS, maar nog vóór de bazuinen en de schalen, zal de Heer terugkomen om alle ware gelovigen — ook degenen die al gestorven zijn — op te nemen en naar het Vaderhuis te brengen. We lezen daar bijvoorbeeld over in Mattheüs 24:29-30. Het teken van ZMS kondigt dus zowel de wederkomst aan als de dag van de Heer die daarop volgt.
Nu vragen sommigen zich af of dit wel klopt. Als ZMS inderdaad zo’n belangrijke rol speelt rond de wederkomst, waarom spreekt Paulus er dan niet over? In 1 Thessalonicenzen 4 en 5 lijkt daar immers niets over te staan.
Of toch wel?
In 1 Thessalonicenzen 5:3 schrijft Paulus:
“Want wanneer zij zullen zeggen: Er is vrede en veiligheid, dan zal een onverwacht verderf hun overkomen, zoals de barensweeën een zwangere [vrouw], en zij zullen [het] beslist niet ontvluchten.”
Paulus gebruikt hier het beeld van de barensweeën van een zwangere vrouw. Daarmee grijpt hij terug op Jesaja 13:8. Lees het gedeelte van Jesaja 13:8-17 maar eens in zijn geheel. Daar gaat het over de dag van de Heer. En in vers 10 lezen we over ZMS:
“De zon zal verduisterd worden wanneer zij opkomt, en de maan zal haar licht niet laten schijnen.”
Paulus had Jesaja 13 dus in gedachten toen hij 1 Thessalonicenzen 5 schreef. Daarmee verwijst hij indirect wel degelijk naar het teken van ZMS in verband met de wederkomst en de dag van de Heer!
Reactie plaatsen
Reacties