De profetische betekenis van de bijbelse feesten
God heeft in het Oude Testament een reeks jaarlijkse feesten ingesteld voor zijn volk (Leviticus 23). Drie feesten worden in het voorjaar gevierd: Pesach (inclusief de week van de ongedesemde broden); de dag van de Eerstelingschoof; en het Wekenfeest (Pinksteren). In het najaar volgen er nog drie: het Bazuinenfeest; de Grote Verzoendag; en tenslotte het Loofhuttenfeest. Dit waren feesten die in de eerste plaats te maken hadden met de seizoenen.
In de agrarische samenleving van het oude Israël leefde men van oogst tot oogst. De graanoogsten in voorjaar en zomer, en de oogst van druiven en ander fruit in het najaar. En vanzelfsprekend ook de opbrengst van de kudden schapen, geiten en runderen. Door middel van deze feesten bleven de Israëlieten zich bewust van het feit dat ze voor hun oogsten en hun vee afhankelijk waren van hun Schepper en dat ze zijn onmisbare zegen voortdurend nodig hadden. Bovendien konden ze Hem hun dankbaarheid tonen door de verplichte 10% van de opbrengsten mee te nemen naar Jeruzalem, op het Loofhuttenfeest.
De geestelijke betekenis van de bijbelse feesten
Het was ook Gods bedoeling dat zij door middel van de feesten zich voortdurend Zijn grote daden zouden herinneren en zijn verbond zouden blijven onderhouden. Pesach en de Ongedesemde broden deden hen terug denken aan de bevrijding uit Egypte en de tocht door de Rode Zee. Het Wekenfeest herinnerde hen aan het moment dat ze bij de Sinaï de wet van God hadden ontvangen, met de tien geboden.
Het Bazuinenfeest in het najaar was bedoeld om de mensen geestelijk wakker te schudden en zich voor te bereiden op Grote Verzoendag tien dagen later. Dit was de enige dag in het jaar dat de hogepriester het Heilige der Heiligen in de tempel betrad. Daar sprenkelde hij het bloed van twee offerdieren om verzoening te doen voor de zonden van zichzelf en van het volk (Leviticus 16:14). Zo konden ze vergeving ontvangen voor alle dingen die ze verkeerd hadden gedaan in het voorbije jaar. Grote Verzoendag was, en is nog steeds, de belangrijkste feestdag van het Joodse volk.
Tot slot het Loofhuttenfeest, vijf dagen later. Tijdens deze feestweek verbleven ze in geïmproviseerde hutten met een dak van looftakken. Dat was een herinnering aan de tocht door de woestijn, waar ze ook in dergelijke onderkomens hadden gewoond. Zo werden ze bepaald bij het feit dat ze altijd afhankelijk bleven van Gods bescherming en zegen, en dat ze zonder Hem heel kwetsbare mensen waren.
In de tijd van het NT, nadat de heilige Geest was uitgestort en de Gemeente ontstond, groeide bij de gelovigen het besef dat deze feesten nog een diepere betekenis hadden. De feesten bergen stuk voor stuk een profetische boodschap in zich. Het zijn als het ware uitbeeldingen van de bijzondere dingen die God in de toekomst zal gaan doen. Het bewijs daarvoor wordt geleverd door de eerste drie feesten, die in het voorjaar worden gevierd. Want deze hebben hun profetische vervulling inmiddels al gehad. Laten we eens nagaan op welke wijze dat is gebeurd. Dan kunnen we daar wellicht uit afleiden wat de betekenis is van de feesten die in het najaar worden gevierd, die in profetische zin nog niet vervuld zijn.
De profetische betekenis van de voorjaarsfeesten
Pesach en de Ongedesemde Broden
De Pesachmaaltijd moest worden gehouden in de eerste maand (Nisan). Op 14 Nisan, in de avondschemering, moest ieder gezin een lam slachten. Aan dit lam mocht niets mankeren en bovendien mochten de beenderen niet gebroken worden. Het vlees werd geroosterd en vervolgens gegeten tijdens de Pesachmaaltijd na zonsondergang, toen de 15e Nisan was aangebroken. In diezelfde nacht werden de gezinnen beschermd tegen de doodsengel door het bloed van het lam dat op de deurposten moest worden aangebracht. En op diezelfde dag werden de Israëlieten bevrijd en trokken ze weg uit Egypte. De evangeliën vertellen ons dat de Heer Jezus juist op die datum, de 15e Nisan, is gekruisigd, gestorven en begraven. In tegenstelling tot de gewoonte, werden zijn benen niet gebroken bij de constatering van zijn dood. Het is helder dat het Pesachlam een beeld van Christus is. Hij is het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt, zo riep Johannes de Doper uit (Johannes 1:29). Paulus schreef dat Christus ons Pesachlam is (1 Korinte 5:7). God bevestigde deze betekenis doordat Jezus juist stierf op de vastgestelde datum van de 15e Nisan, op het Pesachfeest.1
De 15e Nisan was de eerste dag van de week van de Ongedesemde broden (Matzot). In de voorafgaande dagen moest alle zuurdesem uit de huizen verwijderd worden. Een week lang werd er ongedesemd brood gegeten, in het Hebreeuws matzes genoemd. Dit herinnerde hen eraan dat ze indertijd in de nacht van de uittocht uit Egypte geen tijd hadden om hun brooddeeg te laten rijzen. In de Bijbel is zuurdesem een zinnebeeld voor de zonde (1 Korinte 5:7). De matzes wijzen symbolisch op de Heer Jezus die zonder zonde was en daarom in staat was om het verlossingswerk te volbrengen. Hij noemde zichzelf het brood van het leven. Maar ook zij die Hem aangenomen hebben als hun Heer en hun redder, worden aangespoord om in hun leven alles weg te doen wat tegen zijn Woord ingaat. Zoals Paulus schrijft:
1 Korinte 5:7,8 (NBV) Doe de oude desem weg en wees als nieuw deeg. U bent immers als ongedesemd brood omdat ons pesachlam, Christus, is geslacht. Laten we daarom het feest niet vieren met de oude desem van kwaad en ontucht, maar met het ongedesemde brood van reinheid en waarheid.
De Pesach-maaltijd en de week van de Ongedesemde broden, worden in de Bijbel vaak als één geheel beschouwd. Dit blijkt bijvoorbeeld uit Lukas 22:1 waar staat “het feest van de Ongedesemde broden, dat Pascha heet, was nabij”. Maar tijdens die week vond er nog een ander bijzonder ritueel plaats, een afzonderlijke feestgebeurtenis. Dat is de eerstelingschoof van de gerstoogst.
De Eerstelingschoof
Voordat de gerstoogst in het land van start mocht gaan, moest de allereerste schoof van de rijpe gerst aan de Heer worden aangeboden. Dat hoorde te gebeuren op de eerste dag na de reguliere sabbat tijdens de zeven dagen van Matzot. Deze schoof diende niet op een altaar te worden verbrand, maar de priester moest de schoof in de tempel “omhoog heffen ten overstaan van de Heer”. Deze dag wordt Omer Reshit genoemd. Dit betekent ‘eerste schoof’. Wat is de profetische betekenis hiervan? Welnu, Christus wordt in 1 Korinte 15:20,23 de eersteling genoemd van degenen die zullen opstaan uit de dood. De schoof wijst daarom op de opgestane Heer. Uit het NT weten we dat de Heer is opgestaan op zondagmorgen, de dag na de sabbat, op de 17e Nisan. Dat was in dat jaar de dag van de Eerstelingschoof. Op het moment dat de priesters die ochtend in de tempel de schoof omhoog hieven en heen en weer bewogen ‘ten overstaan van de Heer’, was de Heer Jezus al opgestaan uit de dood!
Althans, zo had het moeten gaan. Maar in de tijd van het Nieuwe Testament interpreteerde men Leviticus 23:11 anders.2 De uitdrukking “dag na de sabbat” werd opgevat als de dag na de sabbat van Matzot, dat wil zeggen de tweede dag van het feest, oftewel 16 Nisan. Zo’n vaste datum is onlogisch, want dan zou die datum wel als voorschrift zijn genoemd in Leviticus 23. In ieder geval weten we hierdoor dat de eerste schoof in 31 AD werd aangeboden op zaterdag 16 Nisan. Vandaar dat Johannes deze sabbat een grote sabbat noemt (Johannes 19:31).3
Het Pinksterfeest
Zeven weken later werd het derde voorjaarsfeest gevierd. In het Hebreeuws Sjavoeot, het woord voor ‘weken’. In onze taal het Pinksterfeest, naar het Griekse Pentèkostè. De dag van het feest wordt bepaald door vijftig dagen te tellen vanaf de dag van de Eerstelingschoof. De manier van tellen is daarbij inclusief, dat wil zeggen dat Sjavoeot zeven weken na de dag van de Eerstelingschoof wordt gevierd (Deuteronomium 16:9). De priester moest op die dag twee gedesemde broden omhoog heffen voor de Heer. Dit markeerde het begin van de tarweoogst. Uit Handelingen 2 weten we dat op de Pinksterdag de heilige Geest werd uitgestort en de Gemeente ontstond. Het was het begin van de grote oogst, van alle mensen die in Christus zouden gaan geloven. In 1 Korinte 10:16,17 wordt het lichaam van Christus, dat is de Gemeente, vergeleken met een brood. Dat is treffend. Want de twee broden die de priester ten overstaan van God moest bewegen, stellen zinnebeeldig de Gemeente voor, die zowel uit Joden als uit heidenen bestaat. Omdat Gods kinderen helaas nog niet zonder zonde zijn, zijn deze broden gedesemd. We zien dat ook in dit geval de profetische betekenis wordt bevestigd doordat de vervulling ervan plaatsvond op de dag van het feest. Op Sjavoeot wordt in het jodendom tevens herdacht dat het volk de wet ontving bij de Sinaï,4 hoewel uit de Bijbel niet is op te maken dat dit exact op de vijftigste dag na de bevrijding uit Egypte is gebeurd. Zij kregen de wet ingegraveerd op stenen tafels. De heilige Geest daarentegen schrijft Gods wet in het hart (Ezechiël 36:27; Jeremia 31:33). Anders gezegd, de heilige Geest geeft zowel het verlangen als de kracht om God te gehoorzamen.
Ten aanzien van de betekenis van deze drie voorjaarsfeesten kunnen we dus het volgende concluderen: Ten eerste, de feesten spreken profetisch van de Heer Jezus en van de Gemeente en gaan over de grote heilsfeiten: de kruisiging, de opstanding en de uitstorting van de heilige Geest. Ten tweede, de vervulling van deze profetieën, als we ze zo mogen noemen, vond in alle gevallen exact plaats op de data van de betreffende feesten zelf!
De profetische betekenis van de najaarsfeesten
Na de voorjaarsfeesten volgen er na enkele maanden nog een drietal feesten: het Bazuinenfeest (op 1 Tisri), de Grote Verzoendag (op 10 Tisri) en het Loofhuttenfeest (15-22 Tisri). Zoals de eerste feesten een profetische betekenis bleken te hebben, zo is dat ook met de laatste drie feesten het geval.
Maar wat is deze betekenis dan? En wat valt er te zeggen over de data waarop de voorspelde gebeurtenissen in vervulling zouden moeten gaan?
Het Bazuinenfeest
Het feest van de Bazuinen (Yom Teruah) wordt gevierd op 1 Tisri. Dit is de eerste dag van de zevende maand van de godsdienstige kalender, maar ook de nieuwjaarsdag van de burgerlijke kalender. Het is de begindatum van een nieuw agrarisch seizoen van zaaien en oogsten, want 1 Tisri valt in september/oktober. Het begin van een nieuwe maand moest steeds worden bekendgemaakt door middel van een trompetsignaal op de eerste dag van de maand.5 Alleen op de 1e Tisri, het feest van de Bazuinen, werd er geen trompet gebruikt, maar een sjofar (ramshoorn). Volgens de joodse traditie dient er op die dag honderd keer op de sjofar te worden geblazen. Dit niet alleen om een nieuwe maand aan te geven, maar ook om het aanbreken van een nieuw jaar te markeren. Vandaar dat dit feest ook Rosh Hasjana wordt genoemd, wat ‘het hoofd van het jaar’ betekent. De allerlaatste van de reeks bazuinstoten is extra lang en hard en heeft een speciale naam gekregen: de ‘laatste sjofar’. In feite is het deze laatste sjofar die op hoorbare wijze het nieuwe jaar inluidt. Hoewel de Bijbel dit niet expliciet vermeldt, zijn veel uitleggers het eens dat het feest van de Bazuinen vooruitziet naar de komst van de Messias. Daarvoor zijn een aantal redenen aan te voeren. In het boek Joël staat de Dag van JHWH centraal. In Joël 3:15 gaat het over het ZMS-teken: de zon en de maan die verduisterd worden en de sterren die hun glans verliezen. In Joël 2:31 wordt gezegd dat de zon in duisternis verandert en de maan in bloed, en dan komt de dag van JHWH, “groot en ontzagwekkend”. De volken zullen in de wijnpers getreden worden (Joël 3:13), maar Israël zal worden verlost. God zal de heilige Geest over hen uitstorten. Iedereen, jong en oud, man en vrouw, hoog en laag, zij zullen profeteren en visioenen zien (Joël 2:28). Dit is het gedeelte dat Petrus aanhaalde in zijn eerste evangelisatietoespraak in Handelingen 2. Wanneer zal dat een aanvang nemen? Nadrukkelijk wordt opgeroepen om de sjofar te blazen, zodanig dat het hele land beeft (Joël 2:1):
Joël 2:1 Blaas de bazuin in Sion, sla alarm op Mijn heilige berg, laat alle inwoners van het land sidderen, want de dag van de HEERE komt, ja, is nabij!
Het blazen op de sjofar wordt hier verbonden met de Dag van JHWH. Het bazuingeschal van Rosh Hasjana is daarom onder meer een verwijzing naar die komende Dag van JHWH. Het is daarmee ook een oproep tot inkeer, en tot voorbereiding op die dag. De dag van JHWH begint met het teken van ZMS en de komst van Jezus op de wolken. Die komst zal wereldwijd zichtbaar en hoorbaar zijn. Niemand zal ontkomen aan het doordringende geluid van de hemelse bazuinen die op die gloriedag zullen klinken. Net zoals in de bijbelse tijd in het hele land de bazuinstoten te horen waren, die op de dag van Rosh Hasjana werden voortgebracht. Sommigen hebben erop gewezen dat Rosh Hasjana in het jodendom ook wel de ‘verborgen dag’ wordt genoemd. Het is het enige feest dat op de eerste van de maand moet worden gevierd. Zoals gezegd was de vaststelling van de eerste dag van de maand pas zeker wanneer de wassende maan was waargenomen. Je kon nooit precies van te voren weten op welke dag dat zou vallen.6 Het was niet te plannen, zogezegd. Vandaar de benaming ‘verborgen dag’. Jezus heeft dat ook gezegd met betrekking tot de dag van zijn komst. Het is niet te zeggen wanneer dat zal gebeuren. De dag noch het uur zijn bekend. Dus ook in die zin is de eerste Tisri een profetische verwijzing naar de wederkomst. De derde aanwijzing is de uitdrukking die Paulus in 1 Korinte 15:52 gebruikt.
1 Korinte 15:52 … in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen [als] onvergankelijke [mensen] opgewekt worden, [en] ook wij zullen veranderd worden.
‘De laatste bazuin’ wordt als volgt in de grondtekst weergegeven: eschatēi salpiggi. Salpiggi wordt met ‘bazuin’ vertaald. In eschatēi herkennen we ons woord eschatologie, de leer van de laatste dingen. De NBV vertaalt in 1 Korinte 15:52: ‘wanneer de bazuin het einde inluidt’. Paulus denkt hierbij niet aan de zevende bazuin van Openbaring 11, want hij kende het boek Openbaring nog niet. Maar het is een hint naar de ‘laatste bazuin’ die ieder jaar werd geblazen op Rosh Hasjana. Hij wist dat Rosh Hasjana profetisch spreekt van de Dag van JHWH. Als die dag begint en de ‘laatste’ bazuin op die dag zal klinken, zullen wij in een ondeelbaar ogenblik worden veranderd en gaan wij de Heer tegemoet. En misschien is het wel zo, net zoals op Pesach en het Pinksterfeest, dat de opname en de wederkomst precies zullen plaatsvinden op de dag dat Rosh Hasjana wordt gevierd, ergens tijdens de tweede helft van de laatste jaarweek.
Het is een oude joodse traditie om op Rosh Hasjana in de synagoge het hoofdstuk uit Genesis te lezen waarin Abraham zijn zoon Izak moest offeren. Uiteindelijk hoefde dat niet, want God voorzag op het laatste moment in een vervangend offer, namelijk een ram dat vastzat in de struiken. Vandaar dat Abraham die plek YHWH Yireh noemde (“De Heer voorziet”). De ramshoorn die op Rosh Hasjana zo’n centrale plaats inneemt, symboliseert daarom ook dat God ten allen tijde zal voorzien in alles wat nodig is. Maar deze geschiedenis is bovendien een prachtig beeld van God de Vader die bereid was om zijn eigen Zoon te geven op het kruis van Golgotha. Om daardoor te voorzien in alles wat nodig is voor onze redding. Nog een andere traditie is de gewoonte om op deze dag broodkruimels uit te strooien in stromend water, in een beek of een rivier. Dit wordt Tasjliech genoemd. Eigenlijk is het een voorbereiding op de tiendaagse periode van verootmoediging die voorafgaat aan Yom Kippoer. Daarbij denkt men aan Micha 7:19, waar staat “Hij zal Zich weer over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertrappen, ja, U zult al hun zonden werpen in de diepten van de zee”. Beide tradities zijn treffende verwijzingen naar het evangelie, de blijde boodschap dat Yeshua is gekomen om zondaren te redden.
Het Bazuinenfeest is derhalve een duidelijke profetische verwijzing naar de wederkomst, het moment dat Jezus komt op de wolken om al zijn uitverkorenen mee te nemen naar het Vaderhuis. Maar dat is niet het enige. Uit Daniël 9 weten we dat het einde van de laatste jaarweek de definitieve verlossing van Israël zal inluiden. De datum van de eerste dag na afloop van de jaarweek is eveneens 1 Tisri. Dan vindt de slag bij Armageddon plaats en zullen de Antichrist en zijn valse profeet, en allen die hen volgen, door de Heer zelf worden verslagen. Met één woord zullen alle vijanden worden vernietigd. Daarna gaat de Heer de stad binnen via de Schone poort.7 Dat is de dag dat het duizendjarig rijk aanvangt. Het begin van een nieuwe tijd, en dus met recht een nieuwjaarsdag. Rosh Hasjana heeft daarom een dubbele profetische betekenis.
De Grote verzoendag
Grote verzoendag (Yom Kippoer) wordt gevierd op 10 Tisri. Op deze dag wordt er niet gewerkt, maar gevast. Het is een sabbat. In de bijbelse tijd, toen er nog een tempel was, ging de hogepriester op deze dag met het bloed van een geslachte jonge stier en een geslachte bok het Heilige der Heiligen binnen om verzoening te doen voor de zonden van zichzelf en van het volk (Leviticus 16:14). Het was de enige dag in het jaar dat iemand op die allerheiligste plek achter het voorhangsel mocht komen. Daarna legde de hogepriester zijn handen op de kop van een levende bok en beleed hij de zonden van het volk. Vervolgens werd de bok ver de woestijn ingestuurd, om zinnebeeldig de zonden weg te dragen. Zo kon het volk vergeving ontvangen voor alle dingen die ze verkeerd hadden gedaan in het voorbije jaar. Grote Verzoendag was, en is nog steeds, de belangrijkste feestdag van het Joodse volk. Het bijbelboek Hebreeën gaat uitgebreid in op de betekenis van Grote Verzoendag voor onze tijd. Want Jezus is de hogepriester die voor ons is ingegaan in het hemelse heiligdom, om voor ons verzoening te bewerken (Hebreeën 9:12). Hij heeft dat gedaan met zijn eigen bloed, eens en voor altijd. Hij heeft onze zonden weggedragen. Daarom spreekt grote Verzoendag in de eerste plaats van de verzoening die de Heer voor ieder van ons tot stand heeft gebracht. Als we Hem persoonlijk hebben aangenomen, en in zijn werk geloven, dan hebben we voor altijd toegang tot de troon van genade. Dan is de kloof tussen ons en God overbrugd en zijn we voor altijd Gods kinderen. Ieder van ons heeft een bewuste individuele beslissing voor Christus moeten nemen om deze verzoening te ontvangen. Maar God heeft bovendien aan Israël de belofte gedaan dat Hij zich in de toekomst met het hele volk zal verzoenen. Paulus zei het zo:
Romeinen 11:25,26 … dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan. En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob.
In Daniël 9 is beloofd:
Daniël 9:24 Zeventig weken zijn er bepaald over uw volk en uw heilige stad, om de overtreding te beëindigen, de zonden te verzegelen, de ongerechtigheid te verzoenen, om een eeuwige gerechtigheid [tot stand] te brengen
Hierboven hebben we al Joël 2:28 aangehaald. God zal in zijn grote genade door zijn Geest een massale opwekking geven onder het Joodse volk. Dit gebeurt in twee fasen. Eerst zullen degenen tot geloof komen die als de 144.000 worden aangeduid. Dit zal gebeuren tijdens de bazuinperiode, als zij zich op een verborgen plek bevinden die onbereikbaar is voor de Antichrist.8 Zij zijn de eerstelingen van de oogst onder het joodse volk (Openbaring 14:4). Want als de Heer na het verslaan van de Antichrist de stad binnengaat, dan zal er onder de Joden die daar nog over zijn, sprake zijn van diepe inkeer en verootmoediging. Ze zullen begrijpen dat Jezus hun Messias is en ze zullen om Hem rouwen, omdat ze zien wat ze Hem als volk hebben aangedaan. Het zal diep tot hen doordringen hoeveel hij heeft geleden. Ze zullen collectief hun zonde belijden, niet alleen in persoonlijke zin, maar ook als volk. En als dat gebeurt, dan gaat de Heer zijn belofte van de uitstorting van de Geest op alle vlees gestand doen. Allemaal, zonder uitzondering, zullen zij de Heer Jezus aannemen. Zij zullen als messias-belijdende Joden bewoners worden van het vrederijk. Dan komt Daniël 9:24 ten volle uit. Gods zal zich verzoenen met zijn volk, niet op grond van de naleving van Gods wet, maar op grond van het werk van Christus. Van dit verzoeningswerk is de Grote Verzoendag ontegenzeggelijk een fantastisch mooi beeld.9
We weten het natuurlijk niet zeker, maar we zouden niet verbaasd zijn als in beide gevallen de uitstorting van de heilige Geest daadwerkelijk plaats zal vinden op Grote Verzoendag! De eerste keer op Yom Kippoer tijdens de bazuinperiode, tien dagen na de wederkomst op Rosh Hasjana. De tweede keer op Yom Kippoer, tien dagen na het einde van de laatste jaarweek. Met andere woorden, ook Grote Verzoendag heeft een dubbele profetische betekenis.
De tien-dagen-parallel
Als de wederkomst inderdaad plaatsvindt op Rosh Hasjana en als de heilige Geest tien dagen later uitgestort wordt op Yom Kippoer (op de 144.000), dan is er sprake van een opmerkelijke parallel. Want na de hemelvaart van de Heer Jezus duurde het ook tien dagen voordat de heilige Geest werd uitgestort. In beide gevallen gaat het om een uitstorting van de heilige Geest tien dagen nadat de Heer de hemel in- of uitging, zoals Tabel 1 laat zien. Dit onderstreept nog eens dat Yom Kippoer verbonden is met de toekomstige bekering en aanneming van het hele volk Israël.
| Gebeurtenis | Tussenperiode | Bijbels feest |
|---|---|---|
| Hemelvaart: de Heer gaat naar de hemel | 10 dagen | Pinksteren: de heilige Geest wordt uitgestort (Gemeente) |
| Wederkomst: de Heer komt terug uit de hemel | 10 dagen | Yom Kippoer: de heilige Geest wordt uitgestort (Israël) |
Loofhuttenfeest
Tot slot, vijf dagen later, volgt het Loofhuttenfeest (Sukkot). Een blij en vrolijk feest van een week lang, dat herinnert aan de tocht door de woestijn. Om die reden moesten de Israëlieten hutten bouwen met een dak van looftakken, die leken op de onderkomens die ze indertijd in de woestijn hadden bewoond. In plaats van het eigen gerieflijke huis, een week lang bivakkeren in een schamel hutje. Dat is de belangrijkste opdracht van het Loofhuttenfeest. Zo werden ze bepaald bij het feit dat ze altijd afhankelijk bleven van Gods bescherming en zegen. Zonder Hem waren ze heel kwetsbare mensen. Het Loofhuttenfeest is een dankfeest voor de oogsten van het afgelopen seizoen. Daarom is het een beeld van het duizendjarig rijk. Want als het vrederijk begint, is de grote oogst van de Heer binnengehaald. Het evangelie dat aan alle volken is verkondigd, met als vrucht de ontelbaar grote menigte uit alle talen, naties en volkeren, die in het Vaderhuis zijn ontvangen. Maar ook het Joodse volk dat tot geloof is gekomen en de andere inwoners van het vrederijk behoren bij de grote oogst.
Maar er is ook een oogst in negatieve zin.10 In Openbaring 14:19 wordt de druivenoogst gebruikt als metafoor voor het oordeel dat God uit gaat oefenen op de Antichrist en zijn volgelingen. In datzelfde hoofdstuk is de graanoogst een beeld van de behoudenis van de gelovigen. De volgorde is hierin van belang. Het feit dat de graanoogsten in het visioen van Openbaring 14 voorafgaan aan de druivenoogst, is in lijn met een opname vóór de bazuin- en de schaaloordelen.
In Zacharia 14:16-19 lezen we dat het Loofhuttenfeest jaarlijks zal worden gevierd in het duizendjarig vrederijk. Ook de heidenen zullen hieraan meedoen, althans in die zin dat zij vertegenwoordigers naar Israël zullen sturen. Er is zelfs een sanctie aan verbonden, mocht een heidens volk dit weigeren.
De laatste grote dag
Na zeven dagen Loofhuttenfeest vieren, volgde de afsluitende achtste dag (Lev23:36). Deze dag was een sabbat, waarop een brandoffer en een heilige samenkomst moest worden gehouden. Het is deze dag waarop Jezus over het tempelplein de woorden uitriep: “Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.” (Joh7:37).
Johannes noemt deze dag ‘de laatste, de grote dag van het feest’. Als de zeven dagen van Loofhuttenfeest profetisch vooruit zien op het duizendjarig rijk, zou deze achtste dag dan niet een beeld zijn van de dag waarop alle doden voor de Grote Witte troon zullen staan? De dag van het laatste oordeel, zoals dat vaak wordt genoemd. Waarop de boeken worden geopend? Ook het boek van het leven? De laatste dag van de oude schepping en het begin van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde!
Overzicht
Tabel 2 geeft een overzicht van de profetische betekenis van de drie najaarsfeesten. In de meest rechtse kolom wordt weergegeven op welke datum de vervulling (eventueel) zal plaatsvinden.
Nogmaals, of de vervulling exact op de data van de feesten zal plaatsvinden weten wij niet. Maar we zouden niet verbaasd zijn wanneer dit inderdaad het geval blijkt te zijn.
| Feest/gebeurtenis | Profetisch | Wanneer |
|---|---|---|
| Rosh Hashana 1 Tisri Bazuinenfeest/ Nieuwjaar De laatste sjofar | Wederkomst op de wolken; de opname bij de laatste bazuin | Misschien op 1 Tisri tijdens de 2e helft van de jaarweek? |
| Intocht in Jeruzalem vanaf Olijfberg; Joodse volk rouwt om Messias Jezus | 1 Tisri, meteen na de laatste jaarweek | |
| Yom Kippur 10 Tisri Grote verzoendag | Bekering en verzoening van de 144.000; uitstorting van de Geest | Misschien op 10 Tisri tijdens de 2e helft van de jaarweek? |
| Bekering en verzoening van Israël t.a.v. Messias Jezus | 10 Tisri, meteen na de laatste jaarweek | |
| Sukkoth 15-22 Tisri Loofhuttenfeest | Beeld van het duizendjarig rijk | Tijdens het vrederijk zal het LHF 1000 keer worden gevierd |
Referenties
Algra Theo In welk jaar vond de kruisiging plaats? [Online] // Eindtijd in zicht. - 2020a. - https://eindtijdinzicht.nl/.
Algra Theo Eindtijd in zicht [Boek]. - [sl] : BC.BS, 2020.
Beckwith Roger T. Calendar and chronology, Jewish and Christian [Boek]. - Boston, Leiden : Brill Academic Publishers, 2001.
Labuschagne C J Numerical secrets of the Bible [Boek]. - North Richland Hills : Bibal Press, 2000.
Voetnoten
- Veelal wordt aangenomen dat Jezus stierf op 14 Nisan. Maar Markus, Mattheüs en Lukas verklaren ondubbelzinnig dat de Heer met zijn discipelen het Pesachfeest heeft gevierd (dat wij het Laatste Avondmaal noemen) in aansluiting op de dag dat de Pesachlammeren moesten worden geslacht. Hoe we gegevens uit het Johannesevangelie moeten interpreteren wordt uitgelegd in Algra (2020a) ↩
- De eerstelingschoof werd aangeboden op de tweede dag van Matzot: Josephus Joodse Oudheden 3.10.5 en 6; Philo Special Laws 2.29 en 30 ↩
- Beckwith (2001) pag. 294 ↩
- Helaas bedreef het volk vervolgens meteen de zonde met het gouden kalf en werden er als gevolg daarvan 3000 mensen gedood. In Handelingen 2 lezen we dat het tegenovergestelde gebeurde op de geboortedag van de Gemeente. Op die dag werden er juist 3000 mensen gered. ↩
- Of een maand 29 of 30 dagen zou duren was van tevoren niet bekend. De nieuwe maand begon op de dag dat de wassende maan voor het eerst werd waargenomen na nieuwe maan. Dit werd met behulp van trompetgeschal bekend gemaakt. ↩
- De helderheid van de atmosfeer en de positie van de maan ten opzichte van de zon spelen hierbij een rol. ↩
- Zie hoofdstuk 10 in (Algra, 2020) ↩
- Zie hoofdstukken 8 en 9 in mijn boek Eindtijd in zicht (2020) ↩
- Opmerkelijk is dat Ezechiël het beroemde visioen van de nieuwe tempel ontvangt op de dag van Yom Kippur (Ezechiël 40:1). Het visioen, dat maar liefst negen hoofdstukken beslaat, verwijst naar de toekomstige tijd waarin God zich met zijn volk verzoend zal hebben. ↩
- Zie hoofdstuk 9 in mijn boek Eindtijd in zicht (2020) ↩